
Göcek → Sarsala
De eerste dag draait zelden om mijlen maken. Meestal gooien we rond het middaguur los in D-Marin Göcek, zodra de proviand is opgeborgen en de bemanning klaar is met zoeken naar hun zwemkleding, en zetten we koers zuidwaarts naar Sarsala. Vijf mijl later valt het anker in het zand op vier tot zes meter, weggestopt onder dennenruggen die van alle kanten lijken dicht te vallen. De wind hier is de imbat, een thermische zeebries die vanaf het begin van de middag uit het westen invult met tien tot vijftien knopen en wegvalt zodra de zon zakt. Niets vergeleken met de Egeïsche Meltemi. Duik van de spiegel het water in en loop daarna het pad over de bergkam door tijm en dennen voor het uitzicht terug over de baai. De nachten zijn donker en stil. Gooi iets op de grill achterop, tel satellieten en kruip vroeg in je kooi.
Wat te doen
Snorkelen langs de dennenrotsen op zoek naar zeebrasem
Wandelen over de tijm-en-dennenkam boven de baai
Verse vis grillen achterop bij zonsondergang
Sterrenkijken zonder een spoor van lichtvervuiling
Aanlegtip
In Sarsala anker je vrij op goed zand op vier tot zes meter, beschut uit alle richtingen, dus reserveren hoeft niet. Er is geen jachthaven en geen betrouwbare winkel, dus vul water en proviand aan in Göcek voordat je vertrekt.






